De Chinese geneeskunde maakt, net zoals de westerse geneeskunde, gebruik van meetwaarden, in totaal acht parameters. Eeuwen geleden hadden geneesheren niet de beschikking over geavanceerde diagnostische apparatuur en werden lichamen destijds niet aan sectie onderworpen. De diagnostiek in de CG is daarom gebaseerd op wat er te zien is aan de buitenkant. De acht parameters zijn: Yin (rust) en Yang (activiteit), Li (diepliggend) en Biao (oppervlakkig), Xue (materie) en Qi (energie) en Han (koude) en Re (warmte).
Deze parameters worden gebruikt om de conditie van de patiënt vast te stellen. Erfelijke afwijkingen, ongelukken en pathologische processen kunnen hiermee achterhaald worden. Er kan ook worden bepaald of de oorzaak van een klacht geestelijk of lichamelijk is.